Het is een vraag die steeds vaker op tafel ligt binnen scholen: we willen meer doen met diversiteit, inclusie en kansengelijkheid, maar waar beginnen we?
Een begrijpelijke vraag. Want zodra je je erin verdiept, blijkt het onderwerp al snel veel groter dan gedacht. Gaat het over wat leerlingen leren? Over het handelen van docenten? Over sociale veiligheid? Burgerschap? De samenstelling van het team? Beleid? Ouders? Of moeten we het juist hebben over de cultuur van de school zelf?
Voordat je begint, helpt het om eerst even wat begrippen helder te krijgen.
Diversiteit, inclusie en kansengelijkheid zijn niet hetzelfde
Diversiteit gaat in de onderwijscontext simpel gezegd over verschil of dat nu gaat om culturele achtergrond, sociale klasse, gender, religie, taal, thuissituatie, neurodiversiteit, seksualiteit, mogelijkheden, waarden, ervaringen en nog veel meer. ‘Verschil’ hoef je niet eerst te creëren, die zijn er al.
Wel zou je als organisatie bewust kunnen streven naar méér vertegenwoordiging van bepaalde groepen en daarmee naar een meer diverse samenstelling.
Belangrijk: meer diversiteit binnenhalen is nog geen inclusie. Je kunt de samenstelling van een school veranderen zonder dat de mensen die binnenkomen zich er vervolgens daadwerkelijk thuis voelen of volwaardig kunnen deelnemen. Dat is precies waar diversiteit en inclusie uit elkaar gaan lopen, want inclusie gaat een stapje verder en zegt: wat gebeurt er met al deze verschillen? Hoe zorgen we dat collega’s of leerlingen zich daadwerkelijk thuisvoelen en volwaardig kunnen deelnemen?
Kansengelijkheid stelt weer een andere vraag, namelijk: welke gevolgen hebben verschillen voor de kansen en mogelijkheden van leerlingen?
‘Maar wij hebben eigenlijk een vrij homogene leerlingenpopulatie’
Die zin horen we binnen het onderwijs regelmatig.
Daarmee wordt meestal bedoeld dat leerlingen op een aantal zichtbare of bekende kenmerken relatief veel op elkaar lijken. Misschien is de school overwegend wit. Komen veel leerlingen uit dezelfde regio. Is er relatief weinig religieuze verscheidenheid. Of lijken de sociaaleconomische achtergronden op het eerste gezicht sterk op elkaar.
Maar betekent dat ook dat er weinig diversiteit is? Niet perse.
Ook binnen zo’n school verschillen leerlingen in thuissituatie, neurodiversiteit, gender, seksualiteit, leervermogen, persoonlijkheid, waarden en levenservaringen.
Wanneer we zeggen dat een school ‘homogeen’ is, zeggen we dus eigenlijk vaak:
Op de dimensies van diversiteit waar wij op dit moment naar kijken, zien we weinig verschil.
Diversiteit wordt bijvoorbeeld nog gemakkelijk gelijkgesteld aan culturele of etnische diversiteit. Terwijl er eigenlijk nauwelijks zoiets bestaat als een volledig homogene klas. Er bestaan vooral klassen waarin bepaalde verschillen minder zichtbaar zijn, minder worden benoemd of minder worden opgemerkt.
Waarom willen scholen hier eigenlijk mee aan de slag?
Er lopen grofweg drie aanleidingen door elkaar, ten eerste is er een maatschappelijke opdracht. Leerlingen groeien op in een samenleving waarin ze mensen tegenkomen die anders denken, geloven, leven en kijken dan zijzelf. Onderwijs bereidt leerlingen ook voor op deelname aan die samenleving.
Daarnaast is er een onderwijsinhoudelijke opdracht. Diversiteit, inclusie en kansengelijkheid raken onder andere aan burgerschap, sociale veiligheid, pedagogisch handelen en de brede ontwikkeling van leerlingen.
Maar er is nog een derde aanleiding. En die is misschien wel het meest herkenbaar voor mensen die dit lezen.
Een docent weet niet goed hoe te reageren op een racistische opmerking in de klas. Een gesprek over een maatschappelijk onderwerp polariseert. Sommige leerlingen geven aan zich minder gezien of thuis te voelen. De school bereikt bepaalde ouders moeilijk. Er zijn zorgen over verschillen in verwachtingen van leerlingen. Docenten voelen zich handelingsverlegen bij gevoelige onderwerpen. Of de school ontdekt dat er rondom burgerschap van alles gebeurt, maar dat activiteiten nog weinig samenhang vertonen.
Een school wordt dus lang niet altijd wakker met de gedachte:
Wij moeten iets met diversiteit en inclusie.
Veel vaker begint het met een ander vraagstuk die zich afspeelt in de alledaagse werkpraktijk. En is de vraag ‘we willen inclusiever worden’ dan wel het echte vraagstuk?
Wil een school daadwerkelijk ‘aan de slag met diversiteit en inclusie’, of probeert zij een onderwijsprobleem op te lossen waarin diversiteit, inclusie of kansengelijkheid een rol blijkt te spelen?
Dat verschil doet ertoe, want je wil een leervraag ontwikkelen die je vertelt wat er echt aan de hand is (hoe ongemakkelijk dat ook is) Een veel concretere vraag is bijvoorbeeld: Waarom voelen sommige leerlingen zich op onze school minder thuis dan andere leerlingen?
Pas wanneer we begrijpen waar het daadwerkelijk schuurt, kunnen we onderzoeken welke rol diversiteit, inclusie of kansengelijkheid daarin speelt.
En daarmee komen we terug bij de oorspronkelijke vraag.
Waar begin je?
Als we er in dit scenario even van uitgaan dat je als organisatie nauwelijks iets hebt gedaan rond deze onderwerpen, en er mag maar één eerstevolgende stap worden geformuleerd?
Niet automatisch een studiedag organiseren: breng in beeld wat er op jouw school daadwerkelijk speelt.
Wie zijn onze leerlingen? Wie zijn onze professionals? Welke verschillen zijn binnen onze school aanwezig (ja, je moet dus kleur zien) Welke daarvan zien we gemakkelijk en welke misschien minder? Wat ervaren leerlingen en medewerkers? Waar zien we verschil van invloed worden op deelname, veiligheid, verwachtingen of kansen?
Maar ook: wat doen we eigenlijk al?
Wat gebeurt er binnen het curriculum? Wat gebeurt er rondom burgerschap? Hoe handelen docenten wanneer verschillen botsen? Welke signalen zien we rondom sociale veiligheid? Wat vertellen bestaande gegevens ons? En welke normen en vanzelfsprekendheden bestaan binnen onze school waar we misschien nauwelijks meer bij stilstaan?
Je zou dit een nulmeting kunnen noemen. Zelf spreken we liever over een verkenning.
Want het doel is niet om de organisatie langs een meetlat te leggen. Het doel is om te begrijpen wat er al gebeurt, wat goed gaat, waar het schuurt en waar ontwikkeling nodig is.
__
Meer informatie of even sparren? Neem contact op via hallo@oogvoorkleur.info