Al bij Aristoteles zien we dat vaardigheid nooit op zichzelf staat. Hij maakte onderscheid tussen techné (de technische kunst om iets goed te doen) en de deugden en praktische wijsheid die nodig zijn om die kunt verantwoord toe te passen. In de taal van nu zeggen we: zonder attitude-laag blijft vakmanschap kwetsbaar en kan het makkelijk terugvallen op routines en reflexen, hoe verfijnd de aangeleerde vaardigheden ook zijn.
Als je vooral vaardigheden traint ontstaat er een risico dat mensen gedragsrecepten leren, maar dat ze niet onderzoeken waar hun eigen normen, aannames en machtsposities vandaan komen en (vaak onbewust) nog een rol spelen in hun professionele rol. In een superdiverse context is de variatie aan achtergronden bovendien zo groot dat geen enkele vaardighedenset “alle culturen” kan dekken. Zonder innerlijke verschuiving (een veranderde attitude ) vallen mensen onder druk terug op oude reflexen, hoe goed de training ook was. Je riskeert daarmee “professioneel toneel”: aan de buitenkant klopt alles, van de gekozen woorden tot de volgorde van de gesprekstappen, maar de ondertoon vertelt iets anders.
Wat is attitude/houding hier precies?
In alledaags Nederlands gebruiken we “houding” vaak breed: zowel lichamelijk (lichaamshouding) als mentaal. Houding is je zichtbare of beleefde uiting maar attitude gaat een stapje verder: dit zegt iets over je diepere stand van kijken, voelen, waarderen ten aanzien van “de ander” en verschil. Wat neem jij zelf mee die ruimte in? Je impliciete beelden; verwachtingen; angsten; sympathieën je idee van normaliteit je absolute binnenwereld en onderliggende oriëntatie
Dáár zit dan expliciet deze driedeling van componenten:
- Cognitief: wat zijn je opvattingen over “de ander”, over diens cultuur en over jezelf (bijvoorbeeld: zie je verschillen als probleem of als potentieel/informatie)
- Affectief: welke gevoelens worden bij je geactiveerd? (angst, irritatie, schuld, oprechte nieuwsgierigheid, betrokkenheid)
- Conatief: hoe ben je geneigd te handelen?
Als je op zoek gaat naar de definitie: wat is een cultuursensitieve houding? dan krijg je zo een rijtje keurige trefwoorden te lezen waar bijna iedereen gewoon direct ‘ja’ op kan knikken. Formuleringen als: open houding; verschillen als verrijking zien en respectvolle nieuwsgierigheid allemaal formuleringen waar niemand op tegen kan zijn. Maar ze missen wat ik zoek: meer scherpte en frictie. want ze zeggen helemaal niets over wat gebeurt er als je niet nieuwsgierig bent? maar geïrriteerd of soms zelfs bang? Hoe voelt het om je eigen privileges en machtspositie echt onder ogen te zien? Wat gebeurt er als je defensief wordt?
Bij cultuursensitief werken gaat het er juist om dat je werkt mét handelingsverlegenheid; mét al je blinde vlekken; ongemak en structurele ongelijkheid. En dus niet om een harmonisch ideaalplaatje. Je hoeft verschillen niet altijd als verrijkend te formuleren, je mag het ook als een bron van spanning erkennen en medewerkers leren daar juist mee om te gaan.
Attitude trainen is cruciaal voor duurzaam effect (transfer)
Zonder werk aan attitude mis je precies de laag waar machtsverhoudingen, discriminatie en institutionele patronen spelen.